Cover

[1]
VOORSTEL TOT UITBREIDING
DER TEGENWOORDIG IN DE SCHEIKUNDE GEBRUIKTE

STRUCTUUR-FORMULES

IN DE RUIMTE;
BENEVENS EEN DAARMEÊ SAMENHANGENDE OPMERKING
OMTRENT HET VERBAND
TUSSCHEN
OPTISCH ACTIEF VERMOGEN
EN
CHEMISCHE CONSTITUTIE
VAN
ORGANISCHE VERBINDINGEN.
Utrecht.—J. GREVEN.—1874.

[3]

Als voorloopige meêdeeling zij mij vergund eenige gedachtente vermelden, waarvan de uiting tot besprekingleiden kan; mij die ten nutte te maken, en zoo aan deeersten meer bepaaldheid en uitbreiding te geven is mijn doel.

Daar het uitgangspunt voor de volgende beschouwingengevonden is in de Chemie der Koolstofverbindingen, deelik voorloopig slechts het daarop betrekking hebbende gedeeltemeê:

Meer en meer blijkt, dat de tegenwoordige constitutie-formulesniet in staat zijn enkele isomerie gevallen te verklaren;wellicht is dit te wijten aan het ontbreken eenermeer bepaalde uitspraak omtrent de werkelijke ligging deratomen.

Neemt men aan, dat deze in een plat vlak zijn uitgebreid,zooals b.v. in Isobutylalcohol (fig. I), waar mende vier affiniteiten van elk koolstof-atoom door vier loodrechtop elkaâr in het plat vlak gelegen richtingen voorstelt,zoo komt men bij toepassing op de derivaten vanMETHAN (CH₄) (om van het eenvoudigste geval uit te gaan),tot het volgend aantal isomeren (de verschillende waterstof-atomen[4]worden achtereenvolgens door univalente groepenR₁ R₂, enz. vervangen):

Een voorCH₃ R₁ en voor CH (R₁)₃,
Twee voorCH₂ (R₁)₂, (fig. II en III), voor CH₂ (R₁ R₂)en voor CH (R₁)₂ R₂,
Drie voorCH (R₁ R₂ R₃) en voor C (R₁ R₂ R₃ R₄)(fig. IV, V en VI);

welk aantal blijkbaar veel grooter is dan het tot nu toebekende.

Een tweede aanname brengt de theorie met de feiten inovereenstemming, n.l. die, de affiniteiten van het koolstof-atoomnaar de hoekpunten eens tetraëders gericht te denken,waarvan dat atoom zelf het middelpunt is. Het aantalisomeren vervalt dan eenvoudig tot:

Een voor CH₃ R₁, CH₂ (R₁)₂, CH₂ (R₁ R₂), CH (R₁)₃, enCH (R₁)₂ (R₂); doch twee voor CH (R₁ R₂ R₃), of algemeenervoor C (R₁ R₂ R₃ R₄); want, denkt men zich in de lijnR₁ R₃ (fig. VII en VIII), het hoofd in R₁, ziende naar delijn R₂ R₄, dan kan R₂ rechts (fig. VII) of links (fig. VIII)van den waarnemer zijn; met andere woorden: Voor hetgeval de vier affiniteiten van een koolstof-atoom zijn verzadigddoor vier onderling verschillende univalente groepenkunnen twee, en niet meer dan twee verschillende tetraë

...

BU KİTABI OKUMAK İÇİN ÜYE OLUN VEYA GİRİŞ YAPIN!


Sitemize Üyelik ÜCRETSİZDİR!