DOOR
A. C. KUIPER,
SCHRIJFSTER VAN "ELSJE", "ANNEKE", "EEN HOLLANDSCHMEISJE OP EEN ENGELSCHE KOSTSCHOOL", "ALLEEN IN EEN KLEINE STAD",ENZ.
MET ILLUSTRATIËN NAAR FOTOGRAFIEËN.
HAARLEM.
VINCENT LOOSJES.
1906.

[De vestibule van het Ierschekasteel.]Dit verhaal bevat veel, dat verdichtis en toch is het op waarheid gegrond, omdat de voornaamstegebeurtenissen, die erin worden beschreven, werkelijk hebben plaatsgehad. Ook de ervaringen op de Engelsche kostschool zijn, zonder deminste overdrijving, geheel naar waarheid weer gegeven, terwijl dehoofdpersoon, een Duitsche, werkelijk heeft geleefd en-nog leeft,al is haar naam niet Hedwig Eiche!
Hoewel zij zichzelf allerminst "een Heldin" zounoemen, heeft zij toch het volste recht op dien naam. Menige jongelezeres, die zelf een zonnige, gelukkige jeugd geniet, zal dit metmij eens zijn, vooral als in aanmerking genomen wordt dat "HedwigEiche" den moed had reeds op haar 15^e jaar de wereld in te gaan ineen tijd, toen er van werken buitenshuis voor de meeste meisjes nogmaar zeer weinig sprake kon zijn en de keuze van werkkring voorhaar dus uiterst beperkt was.
A. C. K.
I. EEN KLOEKMEISJE
II. "MYDEAR!"
III. EEN BRIEF, WAAR VANALLES IN STAAT
IV. OP DE PROEFGESTELD
V. CHESTER
VI. KOUDE ENHONGER
VII."FLINKIE"
VIII.UITKOMST
IX. VIER IERSCHE KINDERENEN EEN HOND
X. NESTA'SDRIFT
XI. LONDEN ENMIST
XII. AAN DE BLAUWEZEE
XIII. EEN RIJKLEVEN
Een kloek Meisje.
Zij woonden in de sombere buitenwijk van een Duitschestad, in een groot blok van een huis, dat in verschillendeverdiepingen verdeeld was, één verdieping voor elkgezin. Vóór acht maanden waren zij verhuisd naar debovenste verdieping, omdat men daar het goedkoopst woonde en tochwas het voor hen nog veel te duur! Want de laatste jaren waren zijhoe langer hoe armer geworden en het allerlaatste jaar, o, dat wasvreeselijk geweest, zóó vreeselijk dat het jongstezusje, Clärchen, altijd weer angstig en diep bedroefd werd,als er over werd gesproken. Ach, het was ook zoo treurig dat diearme, geduldige moeder zóóveel verdriet had gehad endat de rust eigenlijk eerst in huis was gekomen na vaders dood, nudrie maanden geleden. Hedwig, de oudste dochter, had toen gezegddat zij nu dubbel haar best moesten doen om lief voor moeder tezijn en Clärchen had terstond met een ernstig gezichtje: "Ja"geknikt; dat wilde zij ook heel graag. Maar soms, als zij met eenkale, verstelde jurk naar school moest of naar bed werd gestuurdzonder avondeten, vond z